Leerlingbegeleiding

De leerling centraal

Een leerling presteert het best als hij lekker in zijn vel zit. Daarom zorgt het Berechja College voor een goed leef- en werkklimaat. Binnen deze situatie begeleiden docenten op twee terreinen: het kennisgebied en het sociaal-emotionele gebied. Binnen zijn vak probeert een docent de leerling te begeleiden tot een zelfstandig lerende leerling. De sociaal-emotionele ontwikkeling is van veel factoren afhankelijk: de thuissituatie, de sfeer op school en vooral in de klas, het juiste niveau en het gevoel dat je er mag zijn.

Mentor

Iedere docent is ook mentor van een klas of een groep leerlingen. De hoofdmentor geeft wekelijks een mentorles, voert gesprekken met de leerlingen en stelt zich voortdurend op de hoogte van de resultaten van zijn leerlingen. Alle docenten en mentoren van één leerjaar vergaderen regelmatig om met elkaar over de leerlingen te praten en over de invulling van de begeleiding. De mentor is het eerste aanspreekpunt voor de leerlingen en hun ouders.

Vakondersteuning

Veel leerlingen moeten nog leren studeren en hebben ondersteuning nodig om hun huiswerk goed te maken. Daarom krijgen de leerlingen van de brugklas elke week tijdens de mentorles studievaardigheden aangeleerd van de mentor. Ze leren in dit uur algemene studievaardigheden, zoals schematiseren, uittreksels maken en woordjes leren. Na de eerste periode bekijkt de mentor en de vakdocent wie op dit gebied begeleiding nodig heeft. Ook in de begeleidingsgroepen staan de huiswerksituatie en de toepassing van leerstrategieën centraal. Na elk rapport bekijken we opnieuw welke begeleiding de leerling nodig heeft. Als een leerling met een bepaald vak problemen heeft, is de eigen vakdocent de eerst aangewezene om extra begeleiding te bieden. Pas als blijkt dat er andere problemen een rol spelen of een andere begeleiding noodzakelijk is, verwijzen we in overleg met de ouders de leerling door naar meer specialistische hulpverlening.

Bijwerklessen en huiswerkbegeleiding

Op een vast moment in het rooster worden er bijwerklessen en intensieve huiswerkbegeleiding gegeven. Leerlingen kunnen door de mentor en de vakdocent worden aangemeld, maar kunnen ook op eigen verzoek bijles of huiswerkbegeleiding krijgen. Tijdens deze momenten wordt geprobeerd om een tijdelijke achterstand weg te werken, zodat de leerling binnen niet al te lange tijd weer zonder extra steun verder kan. De intensieve huiswerkbegeleiding vindt plaats in het zorglokaal, deels individueel tijdens lestijden, in groepsverband na schooltijd. De bijwerklessen en huiswerkbegeleiding zijn niet vrijblijvend. Wanneer een leerling door een docent wordt uitgenodigd om een aantal bijwerklessen of huiswerkbegeleiding te volgen, dan is hij verplicht aanwezig te zijn.

Zorg voor de leerling

Zorgcoördinator

Leerlingen die om welke reden dan ook ondersteuning nodig hebben op school zullen daarvoor in eerste instantie bij hun mentor aan kunnen kloppen. Deze biedt de nodige begeleiding. Wanneer de problematiek echter te complex wordt, komt de zorgcoördinator in beeld. De zorgcoördinator heeft contact met verschillende instanties binnen de jeugdhulpverlening en zal samen met ouders en leerling proberen de juiste hulp te vinden. Goede zorg staat of valt met vroege signalering. Daarom is het belangrijk school bij problemen snel wordt ingeschakeld. Want een leerling die goed in zijn/haar vel zit, presteert het best. 

Onze zorgcoördinator (vervanging) is mevr. M. Grevers (m.grevers@berechja.nl).

Zorgteams

Overleg tussen verschillende leerlingbegeleiders, zowel intern als extern, vindt plaats in het Zorg Advies Team (ZAT). Binnen school vormen de zorgcoördinator, de teamleiders en de onderwijsassistenten het Begeleiding Advies-Team (BAT).

Vertrouwenspersonen

Wij hebben op school vertrouwenspersonen. Indien een leerling een probleem bij de vertrouwenspersoon brengt, is deze verplicht tot geheimhouding hiervan. Slechts met toestemming van de leerling zal actie ondernomen kunnen worden. Als actie noodzakelijk is ter bescherming van de leerling, kan hiervan afgeweken worden.

Vertrouwenspersonen binnen de school zijn de volgende docenten: 
Mw. M. Visser-Kramer, e-mail: m.visser-kramer@berechja.nl
Mw. G. van den Berg, e-mail: g.vandenberg@berechja.nl 

Vertrouwenspersoon buiten de school:
vacature (wordt op korte termijn ingevuld)


Passend onderwijs

Passend onderwijs is de naam voor de nieuwe manier waarop onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben wordt georganiseerd. Door passend onderwijs kunnen meer kinderen, eventueel met extra ondersteuning, in het reguliere onderwijs blijven. Passend onderwijs is dus geen schooltype; kinderen zitten niet ‘op’ passend onderwijs. Scholen werken met elkaar samen in samenwerkingsverbanden en maken binnen het systeem van passend onderwijs afspraken met elkaar over hoe ze ervoor zorgen dat alle leerlingen onderwijs krijgen dat bij hen past.

Zorgplicht

Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig bij het onderwijsproces, wordt zoveel mogelijk een plek gezocht in het reguliere onderwijs. In het kader van Passend Onderwijs wil het Berechja College zoveel mogelijk leerlingen deze ondersteuning aanbieden. Daarbij wordt gekeken of de zorgvraag en de aanwezige ondersteuning op elkaar afgestemd kan worden. Het samenwerkingsverband waar het Berechja College deel van uitmaakt, krijgt sinds 2014 de financiën (het vroegere Rugzakje) die in het verleden naar de reguliere scholen gingen. De scholen binnen dit samenwerkingsverband hebben afspraken gemaakt over de bekostiging van extra ondersteuning op deze scholen. Het samenwerkingsverband beslist of een leerling in het reguliere onderwijs geplaatst kan worden of dat de leerlingen voor extra ondersteuning in het speciaal onderwijs in aanmerking komt.

Remedial teaching

Remediale hulp is bestemd voor leerlingen, die tegen de verwachting in, onder hun kunnen presteren. Deze leerlingen zijn niet gebaat bij een normale bijwerkles, waar de leerstof nog eens extra wordt uitgelegd. De begeleiding richt zich op het spellen en lezen van Nederlands. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de moderne vreemde talen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorleessoftware SprintPlus en remediërende software van Remedioom. Overleg over RT kan plaatsvinden met de mentor, ouders, lwoo-coördinator, zorgcoördinator en vakcollega’s.

Tijdens de rapportenvergadering of teamoverleg zal de remedial teacher aandacht vragen voor de dyslectische leerling. Ook gelden voor leerlingen met dyslexie een aantal compensatie en dispensatieregelingen die afgestemd worden op de leerling. Voorbeelden hiervan zijn verlenging van tijd of mondelinge toetsen. Ook zullen, bij de beoordeling van toetsen, spellingsfouten niet leiden tot een zware onvoldoende. Ook leerlingen met een dyscalculie-verklaring (rekenproblemen) krijgen begeleiding bij RT. Ook voor deze leerlingen worden individuele afspraken gemaakt voor compensatieregelingen.

De praktijk:

  • Voor leerlingen met een specifieke hulpvraag wordt een handelingsplan opgesteld;
  • Alle brugklasleerlingen worden gescreend door middel van een dictee, leerlingen die hier op uitvallen worden verder begeleid;
  • De begeleiding vindt plaats in overleg met de vakdocent;
  • RT vindt zoveel mogelijk plaats tijdens een lesvrij uur of tijdens een praktijkvak;
  • Brugklasleerlingen waarvan bij de aanmelding bekend is dat ze een dyslexieverklaring hebben, krijgen na de zomervakantie direct begeleiding;
  • De begeleiding van leerlingen met een dyslexieverklaring in klas
    2, 3 en 4 begint ook direct na de zomervakantie;
  • Voor de leerlingen met een officiële verklaring wordt een dyslexiepas
    of dyscalculiepas afgegeven met daarop de gemaakte afspraken.

Faalangst-

reductietraining

Alle leerlingen worden na een beginperiode gescreend op faalangst. Naar aanleiding van de uitkomst gaat de mentor met de leerling in gesprek. Voor faalangst worden de uitslagen bekeken door de faalangstreductietrainers en die bieden een training aan. De ouders worden hierover vooraf geïnformeerd.

Sociale weerbaarheids-training

In de mentorles gebruiken we diverse methodes om de sociale vaardigheden te trainen. We gaan ervan uit dat de omgang met elkaar hierdoor verbetert. Leerlingen krijgen de kans om situaties te oefenen. Er zijn ook leerlingen, die aan deze oefeningen niet genoeg hebben en daarom wordt voor deze leerlingen een fysieke weerbaarheidstraining georganiseerd. Deze training is ook geschikt voor leerlingen die regelmatig gepest worden of juist pesten of niet zo stevig in hun schoenen staan. Ook hier geldt dat vooraf met ouders wordt overlegd en voor de leerlingen zelf is er een intakegesprek waarin wordt bekeken waar de leerling behoefte aan heeft. De training zorgt ervoor dat de leerling weerbaarder wordt.

Examenvrees-reductietraining

Sommige leerlingen in leerjaar 4 zijn erg gespannen voor toetsen. Soms leidt dat er toe dat ze tijdens de toets de leerstof “kwijt zijn”. Ook komt het voor dat ze thuis bij de voorbereiding op de toetsen zich niet kunnen concentreren vanwege de spanning. Deze leerlingen kunnen zich aanmelden voor een examenvreesreductietraining. Tevens kunnen mentoren en vakdocenten namen inbrengen van leerlingen, die volgens hen baat hebben bij deze training. De leerlingen krijgen eerst een intakegesprek waarin wordt bekeken waar de leerling behoefte aan heeft.

Zorglokaal

Het Berechja College kent een zorglokaal. Dit lokaal biedt plaats aan leerlingen die een steuntje in de rug nodig hebben. Deze ondersteuning wordt aangeboden op velerlei gebieden. Soms heeft een leerling het ergens moeilijk mee en trekt het daardoor niet meer in de klas. Dit kan door allerlei factoren ontstaan. Een Time-Out is dan een mogelijkheid. Na overleg met mentor, zorgcoördinator en ouders kan zo’n time-out worden ingezet. De leerling kan dan tijdens een les naar het zorglokaal gaan. Hier kan de leerling in rust verder werken, even praten of zomaar even zitten om tot rust te komen. De leerlingen met een diagnose in het autistische spectrum of AD(H)D kunnen ook begeleiding ontvangen vanuit het zorglokaal op het gebeid van structuur aanleren of het vinden van een rustige werkplek. Leerlingen kunnen in het zorglokaal terecht voor ondersteuning bij het maken van huiswerk. Leerlingen die gebaat zijn bij hulp bij planning en het ontwikkelen van structuur kunnen via de mentor in het zorglokaal terechtkomen. De leerling wordt dan wel verplicht om op de afgesproken momenten aanwezig te zijn. Leerlingen die intensievere huiswerkbegeleiding nodig hebben dan in de bijwerklessen wordt aangeboden, kunnen met de mentor afspraken maken voor begeleiding. In alle situaties worden ouders betrokken en op de hoogte gehouden van de begeleiding. Via de Remedial Teacher kunnen leerlingen met dyslexie of schrijfproblemen ook terecht in het zorglokaal voor ondersteuning en voor het maken van toetsen m.b.v. Sprint Plus. Leerlingen geven het Berechja College in een onafhankelijk onderzoek afgenomen door ‘Scholen op de kaart’ tussen de 9.5 en 9.8 voor veiligheid.

Rebound

De Rebound biedt mogelijkheid om leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben wat betreft hun sociaal-emotionele ontwikkeling, werkhouding of leerproces tijdelijk een aantal weken buiten de klas te plaatsen. Binnen de reboundvoorziening werkt de leerling een deel van de tijd aan zijn schoolvakken. Daarnaast wordt er tijd ingeruimd voor het aanleren van sociale vaardigheden (omgangsvormen, gedragsregels, groepsgedrag, leren nee-zeggen enz.). Het doel daarbij is de leerling na een aantal weken weer terug te plaatsen in zijn klas. In de trajectklas kan onderzoek plaatsvinden door een orthopedagoog. De reboundklas bevindt zich in Emmeloord en de leerling zal meestal 10 à 12 weken nodig hebben om weer helemaal in de eigen klas terug te keren.

Leerlingvolgsysteem

Dit ‘volgen’ van de leerling begint al bij de aanmelding. De leerkracht van de basisschool geeft schriftelijk en ‘mondeling’, via de zogenaamde ‘warme overdracht’, relevante gegevens door over de leerling. Dit zijn gegevens over prestaties, werkhouding, werktempo en gedrag. In de brugklas gaan we op basis van deze gegevens verder. De mentoren krijgen aan het begin van het schooljaar een overzicht van de gegevens die voor de begeleiding van belang zijn. In de loop van het schooljaar volgt de mentor de leerling door middel van gesprekken met de ouders, docenten en natuurlijk de leerling zelf. We volgen het sociale aspect van de leerlingen en natuurlijk zijn cognitieve vaardigheden. Naast de rapportcijfers worden op verschillende momenten Citotoetsen afgenomen waarbij de voortgang van de leerlingen gevolgd wordt. De resultaten van deze Cito-toetsen vormen naast de rapportcijfers en de werkhouding de basis voor de determinatie in leerjaar 2. De gegevens van de leerlingen worden geplaatst in Magister. Dit digitale leerlingvolgsysteem biedt een overzichtelijke omgeving aan waar docenten, maar ook ouders, inzage hebben in de gegevens van de leerling.

De veilige school

Een school moet een plaats zijn waar een kind zich veilig en vertrouwd voelt. Wij vinden het van groot belang hier aandacht aan te besteden. Een veilige school maak je samen: medewerkers, leerlingen, ouders en bestuur. Preventief investeren wij door aandacht te schenken aan groepsdynamica en voorlichting over pesten en het gebruik van middelen. Pesten past niet bij ons schoolklimaat. Als het toch voor komt maken we gebruik van het pestprotocol. Evenmin past bij het Berechja College het bezit, verhandelen of gebruik van verboden middelen (alcohol en drugs). Wordt een leerling hier op school mee in verband gebracht, zal het middelenprotocol gehanteerd worden. Ook wijzen we de leerlingen op de gevaren van onveilig uitgaan en op de problematiek rondom loverboys. Een veilige school heeft ook alles te maken met de vraag: ‘hoe ga je om met de ander?’ Ieder jaar meet het Berechja College door middel van een onafhankelijk onderzoek door ‘Scholen op de kaart’. Leerlingen geven de school voor veiligheid een cijfer tussen de 9,5 en 9,8.

Loopbaanontwikkeling en -begeleiding

Wij leiden onze leerlingen op voor een vervolgopleiding. Om te weten welke beroepsopleiding het meest aanspreekt, wordt uitgebreid stilgestaan bij de mogelijkheden die het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) biedt. Tijdens de mentorlessen en de vaklessen worden de leerlingen wegwijs gemaakt in de beroepenwereld. Zowel in de onderbouw als in de bovenbouw besteden we daar veel aandacht aan om later teleurstellingen te voorkomen. Voor veel leerlingen is het maken van een keuze erg moeilijk. Door het gebruik van de in 2.6 genoemde methode Qompas proberen wij hen op het goede spoor te zetten. Ook zal er elk jaar een loopbaangesprek plaatsvinden tussen de mentor en de leerling. Ook ouders krijgen de gelegenheid om zich te oriënteren. De decaan van onze school verzorgt een voorlichtingsavond om hen op de hoogte te brengen van de studiemogelijkheden na het behalen van een diploma en ze worden geacht mee te komen naar de beroepen- en opleidingenmarkt op ROC Friese Poort in Emmeloord. Voor leerlingen met een theoretisch diploma bestaat de mogelijkheid om door te stromen naar de havo. In klas 3 en 4 is het belangrijk om een beeld te krijgen van wat je kunt kiezen na het behalen van je diploma. Daarom wordt er in leerjaar drie een beroepenmarkt georganiseerd op ROC Friese poort, ze gaan op bedrijfsbezoek, ze zijn verplicht een open dag te bezoeken en ze kunnen eventueel een dagje meeopen met een opleiding naar keuze.

Externe hulp

Externe begeleiding

Soms hebben leerlingen problemen die van dien aard zijn dat we hulp van buitenaf moeten inroepen. Deze contacten verlopen altijd via de zorgcoördinator.

Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD

De Jeugdgezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid en ontwikkeling, zowel lichamelijk als psychosociaal, van alle kinderen en jongeren te beschermen, te bevorderen en te bewaken. Tijdens het tweede leerjaar voeren de jeugdartsen/jeugdverpleegkundigen van de afdeling JGZ een Preventief Gezondheidsonderzoek (PGO) uit. Indien mogelijk, vinden deze onderzoeken op de school plaats. Het doel van deze onderzoeken is het beoordelen van de gezondheidstoestand, de groei en ontwikkeling (zowel lichamelijk als psychosociaal) van uw kind. Ouders/verzorgers/ jeugdigen kunnen zelf ook bij de afdeling Jeugdgezondheidszorg terecht voor vragen over de groei en ontwikkeling van hun kind/ henzelf, maar ook voor vragen op het gebied van opvoeding, gedrag, verzorging en leefstijl (genotmiddelen, seksualiteit). 

De afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD Flevoland is telefonisch bereikbaar op werkdagen van 08.30 uur tot 12.30 uur via telefoonnummer 088-0029920. Overige informatie over de diensten van de afdeling JGZ, maar ook een breed scala aan folders, is terug te vinden op de website: www.ggdflevoland.nl.

De GGD voert jeugdgezondheidszorg uit in alle gemeenten van Flevoland en werkt samen met andere instellingen binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin.

Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)
Urk
www.cjg-urk.nl
0527-636637

GGD Flevoland, afdeling JGZ
Bezoekadres Noordoostpolder/Urk:
Kometenlaan 1
8303 CN EMMELOORD

Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)
NOP
www.cjgnoordoostpolder.nl
0527-630360

Schoolmaatschappelijk werk

Sociale problemen op school of thuis kunnen het leren belemmeren en dan kan hulp voor de leerling zinvol zijn, dit in overleg met de mentor, zorgcoördinator, teamleider of directeur vmbo. De zorgcoördinator maakt dan een afspraak voor één of meerdere gesprekken met de maatschappelijk werker. Uiteraard neemt de maatschappelijk werker contact op met de ouders en kunnen er gesprekken volgen met leerling en ouders samen. Niet alle problemen komen in aanmerking voor deze vorm van hulp. Als de hulpvraag complex is en langdurige hulp nodig zal zijn, verwijst de zorgcoördinator in de meeste gevallen door naar Bureau Jeugdzorg.

Orthopedagoog/psycholoog

In de school kunnen we gebruik maken van een orthopedagoog. Deze kan ingezet worden voor onderzoeken bij leer- en/of gedragsproblemen.

Regionaal samenwerkingsverband

Alle scholen voor voortgezet onderwijs in de Noordoostpolder en Urk vormen een regionaal samenwerkingsverband, Aandacht+. Dit heeft als doel om aan alle leerlingen uit de regio passend onderwijs te bieden, dat resulteert in een diploma of een plaats op de arbeidsmarkt. In een zogenaamd ‘zorgplan’ legt het samenwerkingsverband vast hoe de zorg is georganiseerd voor leerlingen, die op een of andere wijze uit de boot dreigen te vallen.